Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.

3.3 Volgens Drielsma kan een rechtspersoon door rechtsduiding de psychologische gesteldheid bezitten die men bij natuurlijke personen vrijgevigheid noemt.(7) Hij onderscheidt in dit verband gevallen waarin de vrijgevigheid spontaan uit de rechtspersoon zelf is voortgekomen (originaire vrijgevigheid) en die waarin de liberale gezindheid van de hem vertegenwoordigende organen is afgeleid (derivatieve vrijgevigheid). Originaire vrijgevigheid treft men aan bij rechtspersonen met een charitatief karakter.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 10252 tot 10775.