Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.

3.4 Voor gevallen van derivatieve vrijgevigheid denke men aan rechtspersonen wier doelstelling niet primair op het verrichten van schenkingen is gericht. Zij ontlenen hun vrijgevigheid - voorzover aanwezig - aan de hen vertegenwoordigende organen.(9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 10795 tot 11059.