Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.
3.6 Met Drielsma en Van Mens meen ik dat een rechtspersoon door rechtsduiding de geestes- gesteldheid kan bezitten die men bij natuurlijke personen vrijgevigheid noemt. Het wezen van de rechtspersoonlijkheid impliceert dit.(11) Daarbij dient men de realiteit van het rechtsverkeer evenwel in acht te nemen. De geestesgesteldheid van een rechtspersoon moet worden afgeleid van het orgaan dat over doorslaggevende beslissingsbevoegdheid beschikt. Voor het aannemen van vrijgevigheid bij een rechtspersoon is vereist dat de vrijgevigheid van dat orgaan kan worden toegerekend aan de rechtspersoon.(12)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 11659 tot 12271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97 | shasum -a 256