Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.

5.2 De bevoordelingsbedoeling is vergaand geobjectiveerd in HR 4 september 1996, BNB 1997/42, m.nt. P.H.J. Essers. In dit arrest werd overwogen dat "(...) de inspecteur, indien hij aannemelijk kan maken dat de werkelijke waarde van het overgedragene aanzienlijk lager is dan de overeengekomen waarde, daarmee tevens, behoudens tegenbewijs, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is geweest van uitdeling, dat wil zeggen dat een bevoordelingsbedoeling aanwezig was". Is er een reden aanwijsbaar voor een zo vergaande objectivering van de bevoordelingsbedoeling? Ik meen dat J. Verburg(21) die reden heeft geformuleerd: "Beslissend kan slechts zijn of er naar het wezen beoordeeld, een winstuitdeling heeft plaatsgevonden. Verwonderlijk is deze in de lijn der historie passende benadering allerminst. Een materieel winstbegrip behoeft immers een dito uitdelingsbegrip om naar behoren te kunnen functioneren."(22)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 16486 tot 17418.