Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.
6.4 Het komt mij voor dat daarmee een voor de rechtspraktijk niet onaanzienlijk verschil bestaat tussen vrijgevigheid en bevoordelingsbedoeling. Immers de vrijgevigheid vergt het stellen en aannemelijk maken van feiten en omstandigheden die het oordeel schragen dat de wil van de verarmde partij gericht was op de verrijking van de andere partij (het louter vaststaan van de verarming enerzijds en de verrijking anderzijds is daarvoor onvoldoende). De rechter zal gemotiveerd moeten oordelen dat de wil van de verarmde partij was gericht op de verrijking van de andere partij. Om te komen tot een bevoordelingsbedoeling bij winstuitdelingen behoeft deze stap niet te worden gezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 19846 tot 20539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97 | shasum -a 256