Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.

9.2 Het derde onderdeel keert zich tegen de rechtsoverweging van het Hof dat de gemachtigde van belanghebbende reeds ten tijde van de totstandkoming van de koopvereenkomst bij de beoogde overdracht was betrokken. Dit brengt, aldus het Hof, gelet op het bepaalde in artikel 2 van die overeenkomst (de koopprijs van de aandelen is gelijk aan de door de accountant van de vennootschap te bepalen intrinsieke waarde ultimo 1994, ThG) mee dat de vader van belanghebbende zich in december 1994 moet hebben gerealiseerd dat zijn zoons door de aandelentransacties aanzienlijk werden bevoordeeld en dat hijzelf zijn vermogen met eenzelfde bedrag zou zien verminderen. Het vorenstaande brengt volgens het Hof tevens mee dat belanghebbendes vader ten tijde van de verkoop de bevoordeling van zijn zoons moet hebben beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 24377 tot 25201.