Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7321.

1.3 Tegen deze achtergrond heeft [verweerder] de onderhavige procedure tegen [eiseres] aanhangig gemaakt bij de rechtbank Almelo. Daarin heeft [verweerder] primair gevorderd [eiseres] te veroordelen de door [verweerder] als gevolg van de verontreiniging van de bodem van het bedrijfspand geleden schade - nader op te maken bij staat - te vergoeden. [Verweerder] heeft daartoe in de kern gesteld, dat [eiseres] door een pand met vervuilde grond te leveren, bij de nakoming van de koopovereenkomst wanprestatie heeft gepleegd. Subsidiair heeft [verweerder] gevorderd de koopovereenkomst wegens bedrog dan wel dwaling te vernietigen, aan de vernietiging met toepassing van art. 3:53 BW haar werking te ontzeggen en [eiseres] te veroordelen te voldoen aan het primair gevorderde. Meer subsidiair heeft [verweerder] gevorderd de koopovereenkomst met toepassing van art. 6:230 BW aldus te wijzigen dat op [eiseres] de verplichting komt te rusten aan [verweerder] de door deze als gevolg van de bodemvervuiling geleden schade - nader op te maken bij staat - te vergoeden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954, en de alinea staat in dat document op bytes 11067 tot 12144.