Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7321.
(c) geoordeeld dat er sprake is van wederzijdse dwaling van [eiseres] en [verweerder], nu beide partijen zijn uitgegaan van dezelfde onjuiste voorstelling, namelijk dat de grond bij het bedrijfspand niet was verontreinigd. Nu in de gegeven omstandigheden beide partijen de mogelijkheid van verontreiniging onder ogen hadden kunnen zien, maar zulks niet hebben gedaan, dienen de gevolgen van deze dwaling niet volledig voor rekening van de koper te worden gelaten en is het evenzeer onredelijk dat deze geheel voor rekening van de verkoper komt, omdat dan de koper onbillijk zou worden bevoordeeld. Op voet van het bepaalde in de artt. 3:53, 6:230 lid 2, 6:248 en 6:258 BW behoort de koopovereenkomst in dier voege te worden aangepast dat de nadelige gevolgen van de bodemverontreiniging voor rekening dienen te komen van beide partijen in een nader te bepalen verhouding. Nu zulks in het processueel debat nog niet aan de orde is gekomen, worden beide partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten (rov. 2.13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954, en de alinea staat in dat document op bytes 18354 tot 19393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954 | shasum -a 256