Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7321.
2.4 In deze overweging ligt mijns inziens de vingerwijzing besloten dat de rechter die op grond van wederzijdse dwaling een overeenkomst of de rechtsgevolgen daarvan wijzigt, niet alleen naar art. 6:230 BW zelf dient te kijken, maar zijn bevoegdheid tot wijziging mede dient toe te passen in het licht van andere wijzigingbevoegdheden die de wet aan de rechter geeft (coördinatie van rechtsnormen). De achtergrond van deze overweging is dat de bevoegdhe-den tot wijziging, die de rechter in Boek 6 BW zijn gegeven (en die hij daarnaast aan titel 3.2 en aan een reeks bijzondere bepalingen kan ontlenen) vérstrekkend zijn. Bovendien zijn zij telkens geformuleerd met behulp van open normen. Ten slotte maken zij tot op zekere hoogte inbreuk op de rechtszekerheid. Als complement daarvan is het wenselijk zoveel mogelijk structuur aan te brengen in de wijze waarop de rechter daarvan gebruik maakt, zulks in het belang van de voorspelbaarheid van de rechterlijke beslissing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954, en de alinea staat in dat document op bytes 24337 tot 25325.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954 | shasum -a 256