Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7321.

2.7 Het oordeel van het hof moet worden bezien in het licht van de onder 1.2(f) en (h) en 1.6 genoemde rapporten en de onder 1.2(i) bedoelde brief. In zijn overwegingen ligt besloten dat het hof op grond van de inhoud van deze stukken heeft geoordeeld dat voldoende aannemelijk is dat de bodemverontreiniging dusdanig ernstig was en de sanering daarvan zo duur, dat als partijen bij het sluiten van de koopovereenkomst daarvan op de hoogte waren geweest, zij deze niet of op andere voorwaarden zouden hebben gesloten. Het hof heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat [verweerder] door die bodemvervuiling werd belemmerd in zijn gebruiksmogelijkheden van het pand. Dit oordeel kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst, aangezien het hier gaat om een oordeel dat is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt.(10) Het is in de gegeven omstandigheden niet onbegrijpelijk. Het onderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954, en de alinea staat in dat document op bytes 27797 tot 28725.