Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7321.

2.11 In rov. 2.1 van zijn eindarrest heeft het hof overwogen dat beide partijen hebben verzocht met (kennelijke) toepassing van art. 6:230 lid 2 BW over te gaan tot de vaststelling van het bedrag dat [eiseres] in het nadeel van [verweerder] moet bijdragen. Voorts overwoog het hof dat het bij de aanpassing van de overeenkomst tevens art. 6:248 lid 2 BW zal toepassen. In de daarop volgende rechtsoverwegingen heeft het hof een afweging gemaakt waarin het de eigenschappen van het bedrijfspand en de gerechtvaardigde belangen van partijen heeft betrokken. Vervolgens heeft het hof getracht zoveel mogelijk te reconstrueren op welke voorwaarden partijen de koopovereenkomst zouden hebben gesloten, indien zij bij het aangaan van de koopovereenkomst een juiste voorstelling omtrent de bodemverontreiniging hadden gehad.(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5bdc1b3f01d73b14ebb6a18f9cfe42862c53a4e51be7585dda44c0900c8954, en de alinea staat in dat document op bytes 31487 tot 32321.