Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7328.
3.4.2.1. Met "het vorenstaande" in ro. 4.3.4. doelt het hof klaarblijkelijk op de roo. 4.3.2 en 4.3.3. In ro. 4.3.2 heeft het overwogen dat [eiser] er op subjectieve gronden voor zorgde dat alle opeisbare en niet-betwiste schulden met uitzondering van die van [verweerder] werden voldaan d.m.v. het aangaan en verhogen van een rekening-courantschuld met een of meer groepsmaatschappijen. In ro. 4.3.3 komt tot uitdrukking dat APD, d.m.v. dezelfde rekening-courantfinanciering, nieuw personeel aantrok in 1997 en dat de directie van APD er in 1998 vanuit ging dat de rekening-courantfinanciering zou kunnen worden voortgezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f783ff679274aee4ea87a3532bc9b97df50f37efa8c39c792fac5bee2eb920be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f783ff679274aee4ea87a3532bc9b97df50f37efa8c39c792fac5bee2eb920be, en de alinea staat in dat document op bytes 27014 tot 27652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f783ff679274aee4ea87a3532bc9b97df50f37efa8c39c792fac5bee2eb920be | shasum -a 256