Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7342.
6) Het gaat, zoals al werd aangegeven, in deze zaak om toepassing van art. 10 van de Rijksoctrooiwet 1910 (hierna: de ROW)(1). Die constatering heeft daarom iets meer gehalte dan het intrappen van een open deur, omdat de betreffende materie in de inmiddels van kracht geworden ROW 1995 in art. 12 opnieuw geregeld is, op een manier die op verschillende punten relevant afwijkt van de regel van art. 10 ROW(2). Het feit dat art. 12 lid 1 ROW 1995 een andere, en beperktere groep uitvindingen aanwijst waarvoor de werkgever aanspraak op octrooi mag maken heeft, om redenen die voor zichzelf spreken, gevolgen voor de aanspraak van de betreffende werknemers op een vergoeding (in die zin dat daarvoor vermoedelijk minder vaak, en in mindere omvang aanleiding zal zijn dan ingevolge de t.o.v. de werkgever ruimhartigere regeling van art. 10 ROW). Dat moet in het oog worden gehouden bij de beoordeling van publicaties die specifiek op de jongere regeling zien - die zijn niet zonder meer "van overeenkomstige toepassing" voor de oudere regeling waar het in de onderhavige zaak om gaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95, en de alinea staat in dat document op bytes 9062 tot 10156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95 | shasum -a 256