Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7342.

Door sommige schrijvers worden regels van deze strekking kritisch bejegend, vooral omdat daardoor de voor octrooiering vatbare uitvinding een (volgens deze critici: ongerechtvaardigde) uitzonderingspositie krijgt t.o.v. andere gevallen waarin werknemers buitengewone voordelen voor hun werkgever bewerkstelligen, zonder op een navanante (extra) honorering aanspraak te kunnen maken(13). Ik meen echter dat deze kritiek kan worden daargelaten: de Nederlandse wetgever heeft ervoor gekozen wèl in een honoreringsaanspraak voor de uitvinder-werknemer te voorzien - en hij bevindt zich wat dat betreft, zoals al gezegd, in het gezelschap van veel andere wetgevers(14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95, en de alinea staat in dat document op bytes 15940 tot 16619.