Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7342.
16) Zoals in alinea 14 al terloops aangegeven, is de honorering die de uitvinder-werknemer uit hoofde van de dienstbetrekking ontving één van de factoren die (aanzienlijk) gewicht in de schaal legt bij de beoordeling of aan die uitvinder-werknemer een extra vergoeding toekomt, en zo ja: in welke omvang. Mede in het licht van wat ik in al. 15 aanvoerde, lijkt mij echter dat, anders dan de tekst van art. 10 lid 2 ROW enigszins suggereert, aan deze factor geen "voorrangspositie" toekomt, en dus ook, dat deze factor niet de functie heeft van een voorwaarde vooraf, waar de aanspraak op een vergoeding mee staat of valt. Hier doet de beeldspraak van de glijdende schaal opgeld: naarmate de uitvinder-werknemer een functie bekleedde waarin het doen van uitvindingen (met relevantie voor de werkgever) meer in de rede lag, en naarmate hij daarvoor royaler gehonoreerd werd, is er minder aanleiding om een extra honorering voor de uitvinding die de betrokkene deed toe te kennen - maar ook dan kàn dat toch aangewezen zijn, bijvoorbeeld als het om een uitvinding van zeer uitzonderlijke verdienste en/of waarde ging, of wanneer de uitvinder-werknemer zich daarvoor zeer uitzonderlijke inspanningen heeft getroost(19).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95, en de alinea staat in dat document op bytes 19121 tot 20355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95 | shasum -a 256