Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7342.
18) Maar daarmee is dan ook gegeven dat een (wettelijke) regel die wèl van het bestaan van dit in de praktijk dus niet-bestaande verschijnsel uitging, niet bijster zinnig zou zijn; en mede daarom kom ik tot de slotsom dat art. 10 ROW dat dus inderdaad niet doet. Dat onderstreept dat het artikel de honorering van de uitvinder-werknemer slechts aangemerkt wil zien als één van de relevante factoren die bij de beoordeling van de aanspraak op een extra vergoeding in aanmerking moeten worden genomen, en niet als een voorwaarde die (onder alle omstandigheden) voor de aanspraak op zo'n vergoeding bepalend is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95, en de alinea staat in dat document op bytes 21165 tot 21790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95 | shasum -a 256