Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7342.

5 Zie daarover bijvoorbeeld Rijlaarsdam, t.a.p., p. 118; nr. 8 (laatste alinea) van de conclusie van A-G Koopmans voor HR 27 mei 1994, NJ 1995, 136 m.nt. J.H. Spoor; Croon, oratie (1964), p. 9. Drucker, Handboek voor de studie van het Nederlandsche Octrooirecht (1924), § 108, veronderstelt overigens als mogelijkheid, dat een uitvinding in een organisatie wordt gedaan onder zodanige omstandigheden dat de organisatie zelf (en niet de betrokken medewerker(s)) als de (echte) uitvinder moet worden aangemerkt. Ik betwijfel of dat werkelijk kan, maar meen in elk geval te mogen stellen dat ook dàt geval een grote zeldzaamheid zal zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95, en de alinea staat in dat document op bytes 32435 tot 33087.