Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7342.
18 Dat blijkt uit de eerder aangehaalde vindplaatsen. Aan de ene kant van het spectrum bevinden zich schrijvers als Rijlaarsdam, Quaedvlieg en Telders - Croon, die de waarde van de in geding zijnde uitvinding (hetzij voor de werkgever, hetzij voor de werknemer, in de veronderstelling dat die over de uitvinding zou mogen beschikken), als meest relevante factor bij de bepaling van de vergoeding aanwijzen. Aan de andere kant staan schrijvers als Spoor en Croon, die de vergoeding als een gratificatie of bonus aangemerkt willen zien, en de gedachte van een min of meer direct verband met de waarde van de uitvinding afwijzen. In al. 20 hierna zal de rechtspraak van de Hoge Raad die voor dit onderwerp van belang is worden onderzocht, en laat ik iets blijken van mijn eigen standpunt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95, en de alinea staat in dat document op bytes 38349 tot 39147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/901d147269aab3e8df133e098be7bf77078e78657d36860386faa05726fdcb95 | shasum -a 256