Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7348.
Onderdeel III miskent (wat er zij van het beroep op conversie) dat het feit dat de overeenkomst geëindigd zou zijn op 13 maart 1994, niet in de weg staat aan 's hofs oordeel dat er op 29 maart 1993 sprake was van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [eiser 1] en [eiser 2]. Blijkens de r.o. 6 en 7 ging het er voor het hof - begrijpelijkerwijze - immers om of de overeenkomst op dat ogenblik was beëindigd. Dat het hof in r.o. 8 zou hebben bedoeld dat de overeenkomst ook op 13 maart 1994 nog niet was beëindigd, is niet zeker; maar dat punt is niet van belang voor de beslissing omtrent de wanprestatie. Hierbij wijs ik er op dat de stelling dat [eiser 1] en [eiser 2] geen schadevergoeding (kostenvergoeding of provisie) verschuldigd zijn indien de verkoop van het schip heeft plaatsgevonden na beëindiging van de overeenkomst, niet in het onderdeel is terug te vinden (wél in de schriftelijke toelichting, onder 3.3.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/600d702ad308b41c6ed66a6b09bff6ca62236f26abfc48d8e34abdca09670286. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 600d702ad308b41c6ed66a6b09bff6ca62236f26abfc48d8e34abdca09670286, en de alinea staat in dat document op bytes 5317 tot 6269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/600d702ad308b41c6ed66a6b09bff6ca62236f26abfc48d8e34abdca09670286 | shasum -a 256