Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7358.

"...De bijzondere aard van de wettelijke regeling betreffende de arbeidsovereenkomst brengt mee dat in de regeling betreffende de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zoals neergelegd in art. 7A:1639w (oud) BW - thans art. 7:685 BW -, het resultaat van de rechterlijke toetsing aan de eisen van redelijkheid en billijkheid (of zoals in de onderhavige procedure, aan hetgeen een goed werkgever behoort te doen en na te laten) in beginsel ten volle, onder meeweging van alle voor zijn oordeel relevante factoren, tot uitdrukking behoort te komen in de hoogte van de vergoeding die de rechter op de voet van lid 8 van art. 1639w - thans art. 7:685 - met het oog op de omstandigheden van het geval naar billijkheid aan een der partijen ten laste van de wederpartij toekent, zodat er daarnaast voor zodanige toetsing geen plaats is (vgl. HR 24 oktober 1997, nr. 16384, NJ 1998, 257 en HR 15 december 2000, nr. R00/042, NJ 2001, 251)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa, en de alinea staat in dat document op bytes 9048 tot 9990.