Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7358.
Het is de vraag in hoeverre bij de beoordeling daarvan ook rekening kan worden gehouden met wat partijen al uit hoofde van eerder in de dienstbetrekking voorgevallen gebeurtenissen van elkaar te vorderen (zouden kunnen) hebben. Of werkgever of werknemer in dat opzicht iets van elkaar te vorderen hebben, is in elk geval niet de inzet van de procedure inzake ontbinding en de terzake van ontbinding (eventueel) te betalen vergoeding. Die procedure leent zich er ook slecht toe, om een dergelijk aspect naar behoren te onderzoeken en (definitief) te beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa, en de alinea staat in dat document op bytes 14921 tot 15494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa | shasum -a 256