Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7358.
Dat zo zijnde, lijkt het mij niet alleen practisch bezwaarlijk, maar ook rechtens onaanvaardbaar dat een beslissing op grond van art. 7:685 BW zou meebrengen dat een vordering als hier bedoeld niet meer aan de rechter kan worden voorgelegd. Als de procedure van art. 7:685 BW zelf niet de ruimte biedt om zo'n vordering geldend te maken, zou de andere opvatting neerkomen op een blokkering van de toegang tot de rechter (er zou dan immers in veel gevallen géén manier (meer) zijn waarop de betreffende vordering ter beoordeling aan de rechter kan worden voorgelegd).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa, en de alinea staat in dat document op bytes 16257 tot 16839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa | shasum -a 256