Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7358.
19) PTT heeft bij schriftelijke toelichting opgeworpen dat [eiser] geen belang bij zijn in cassatie verdedigde standpunt zou hebben, omdat datgene wat hij vordert niet toewijsbaar is bij gebreke van gebleken bereidheid (van [eiser]) om de arbeid te verrichten, in verband waarmee hij thans loon vordert. Ik meen dat aan deze tegenwerping voorbij moet worden gegaan. [Eiser] heeft bij herhaling gesteld dat hij bereid was (en steeds bereid was geweest) om de hier bedoelde arbeid te verrichten(13). In de feitelijke instanties is door PTT niet aangevoerd dat deze bereidheid niet zou hebben bestaan. Kantonrechter en rechtbank zouden bij die stand van zaken niet de vrijheid hebben gehad om dit gegeven ter discussie te stellen(14), en waren dus al helemaal niet gehouden om daar ambtshalve onderzoek naar te doen(15).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa, en de alinea staat in dat document op bytes 22271 tot 23102.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/564beb22e7b06066c4fa067951eaa7d733709f4d8caba66ac380195998d279fa | shasum -a 256