Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7372.

"[Eiseres] heeft zich erop beroepen dat er sprake is van een nietige betekening van het beslag-exploit, omdat het exploit door de deurwaarder niet zou zijn overhandigd aan een huisgenoot van [eiseres]. Dit beroep faalt. Het voorschrift van artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen, inhoudende dat de deurwaarder afschrift van het exploit laat aan de woonplaats van de geëxploiteerde, beoogt kennelijk te bewerkstelligen dat het exploit in handen wordt gegeven van een persoon van wie verwacht mag worden dat hij het exploit snel kan en ook zal doen toekomen aan degene voor wie het bestemd is. Gelet op de stelling van [eiseres] dat haar tante, [betrokkene A], aan wie het beslag-exploit is gedaan, over de sleutel van het huis van [eiseres] beschikte en op regelmatige basis in het huis van [eiseres] vertoefde, kan [betrokkene A] als een persoon als hiervoor bedoeld worden aangemerkt. [Betrokkene A] is dan ook gedurende de regelmatige periodes dat zij in de woning van [eiseres] verbleef c.q. verblijft te beschouwen als huisgenoot van [eiseres] in de zin van de wet."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a, en de alinea staat in dat document op bytes 7107 tot 8251.