Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7372.

2.8 Ook volgens Jansen in zijn bewerking van Burgerlijke Rechtsvordering(9) dient de "casuïstiek over de vraag onder wie de huisgenoten zijn te rekenen te worden herleid tot de enig relevante vraag: mag de deurwaarder er redelijkerwijze op vertrouwen, dat de persoon die hij aantreft het exploot zal ter hand stellen aan degene tot wie het is gericht? Het zal dus enerzijds afhangen van de prudentie van de deurwaarder, anderzijds van het hem redelijkerwijze ingeboezemd vertrouwen, of hij de door hem aangetroffen persoon zal aanmerken als huisgenoot."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a, en de alinea staat in dat document op bytes 12352 tot 12919.