Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7372.
2.10 Het Hof heeft feitelijk vastgesteld dat de tante van [eiseres], [betrokkene A], aan wie het beslag-exploot is gedaan, over de sleutel van het huis van [eiseres] beschikte en op regelmatige basis in het huis van [eiseres] vertoefde. Deze vaststelling kan in cassatie niet worden aangetast. Hiervan uitgaande heeft het Hof geoordeeld [betrokkene A] gedurende de regelmatige periodes dat zij in de woning van [eiseres] verbleef dan wel verblijft is te beschouwen als huisgenoot van [eiseres] in de zin van de wet. Het Hof heeft daarbij de strekking van het betekeningvoorschrift aan de woonplaats in zijn oordeel betrokken. Gelet op hetgeen hiervoor over doctrine en rechtspraak is vermeld, meen ik dat het Hof aldus is uitgegaan van juiste rechtsopvatting omtrent het begrip 'huisgenoot' in art. 2 RvNA.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a, en de alinea staat in dat document op bytes 13957 tot 14776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a | shasum -a 256