Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7372.

Naar het oordeel van het Hof heeft [eiseres] geen, althans onvoldoende, bijzondere omstandigheden gesteld, waaruit zou kunnen blijken dat bij haar een gerechtvaardigd vertrouwen kon ontstaan dat [verweerster] geen executiemaatregelen zou nemen. [Eiseres] heeft evenmin aannemelijk kunnen maken dat haar positie onredelijk is benadeeld of bezwaard doordat [verweerster] het veroordelende vonnis eerst na drieënhalf jaar heeft geëxecuteerd. De enkele stelling dat [eiseres] acht maanden nadat het vonnis werd gewezen bij een verhuizing een bewijsstuk is kwijtgeraakt, is daartoe niet voldoende. Gelet op het vorenstaande zou er dus hoogstens sprake kunnen zijn van "stilzitten" van [verweerster], hetgeen - zoals reeds werd overwogen - een beroep op rechtsverwerking niet rechtvaardigt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a, en de alinea staat in dat document op bytes 18914 tot 19714.