Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7372.
Het Hof heeft geoordeeld dat [eiseres] onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat bij haar een gerechtvaardigd vertrouwen kon ontstaan dat [verweerster] geen executiemaatregelen zou nemen. In dit oordeel ligt het oordeel besloten dat niet is komen vast te staan dat [eiseres] heeft betaald. Zou dit immers wel vaststaan, dan is de verbintenis tenietgegaan en behoeft geen beroep op rechtsverwerking meer te worden gedaan. Genoemd oordeel is niet onbegrijpelijk nu [eiseres] geen kwitantie kan overleggen. Het zoekraken van de kwitantie is echter voor rekening van [eiseres] zodat deze omstandigheid, die in wezen dezelfde is als de hiervoor genoemde, geen gerechtvaardigd vertrouwen kan opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a, en de alinea staat in dat document op bytes 22955 tot 23669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e6e237e2cde6b5c30ed025cf330a510e4bfd4ae537dc0f8e131fa4e9bae246a | shasum -a 256