Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7378.

Het verweer van appellant, zoals ter zitting uitgewerkt, komt er op neer dat appellant geen bezwaar heeft tegen de toedeling aan hem van de garage en de boerderij, maar houdt in dat hij een tegenvordering heeft op geïntimeerde. Het verweer van appellant richt zich derhalve, zo begrijpt het hof, tegen de veroordeling door de rechtbank tot betaling van het bedrag van ƒ 465.252,33 (met rente). Reeds omdat het inleidend verzoek enkel betrekking heeft op de effectuering van de toedeling aan appellant van de garage en de boerderij en niet op de tenuitvoerlegging van de betalingsveroordeling, moet het verweer als niet ter zake dienend worden verworpen. Daaruit vloeit voort dat de bestreden beschikking, niettegenstaande een mogelijk daaraan klevend gebrek zoals bedoeld onder 4.3, moet worden bekrachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a57ab6dcd11a2779c3237cf3b3b3f7385d63197ca97086f7e3764a3f7ed961c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a57ab6dcd11a2779c3237cf3b3b3f7385d63197ca97086f7e3764a3f7ed961c, en de alinea staat in dat document op bytes 8102 tot 8924.