Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7378.
2.14 In het vonnis van de rechtbank van 19 januari 2000 is ook de hoogte van het door de man te betalen bedrag aan de vrouw vastgesteld ( zie onder 1.1). Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man het verweer opgeworpen(13) dat hij bezwaar heeft tegen de hoogte van het bedrag dat hij ingevolge de verdeling moet betalen. Dat punt was echter in dit appel niet aan de orde omdat het in die procedure uitsluitend over de benoeming van een dwangvertegenwoordiger ging. Het hof heeft mitsdien met juistheid geoordeeld dat het verweer als niet ter zake dienend moet worden verworpen, nu het inleidend verzoek enkel betrekking heeft op de effectuering van de toedeling aan appellant van de garage en de boerderij en niet op de tenuitvoerlegging van de betalingsveroordeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a57ab6dcd11a2779c3237cf3b3b3f7385d63197ca97086f7e3764a3f7ed961c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a57ab6dcd11a2779c3237cf3b3b3f7385d63197ca97086f7e3764a3f7ed961c, en de alinea staat in dat document op bytes 14553 tot 15338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a57ab6dcd11a2779c3237cf3b3b3f7385d63197ca97086f7e3764a3f7ed961c | shasum -a 256