Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7384.
3.18 Met deze klacht raakt [eiseres] m.i. de kern van de zaak. Men kan hier m.i. drie kanten op. Enerzijds kan de richting van het onderdeel worden ingeslagen; ik kom daarop terug. Anderzijds kan men betogen, zoals het Hof klaarblijkelijk heeft gedaan: het doet er niet wezenlijk toe wat precies de aard van de onzekerheid was. [Eiseres] wist dat er nog het nodige nader gestalte moest krijgen. Daarom was het investeren voorbarig. Bovendien - maar dat zegt het Hof niet - heeft het investeringsbetoog onvoldoende handen en voeten gekregen en is het daarmee onaannemelijk. Dan is er nog de aanpalende weg van de feitelijke grondslag. Deze laatste bewandel ik als eerste.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab9bf5a62269d42492f506e9e5f971bf5fb6015338f4cafac38fa2354adf97d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab9bf5a62269d42492f506e9e5f971bf5fb6015338f4cafac38fa2354adf97d3, en de alinea staat in dat document op bytes 36403 tot 37086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab9bf5a62269d42492f506e9e5f971bf5fb6015338f4cafac38fa2354adf97d3 | shasum -a 256