Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7384.

3.39 Op zich ben ik, met de geëerde steller van het middel, van mening dat het Hof te gemakkelijk heeft aangenomen dat de opstelling van de producenten redengevend was voor de beleidswijziging. Desondanks kan [eiseres] hierbij geen baat vinden. Feit blijft immers dat zij, zoals al vaker gezegd, prematuur is gaan investeren. Daarom heeft het Hof redelijkerwijs kunnen oordelen dat de Staat niet gehouden was tot het betalen van vergoeding aan [eiseres]. Zulks omdat - in de bewoordingen van rov. 4.1 en 4.2 waarop rov. 5 klaarblijkelijk beoogt terug te grijpen - de litigieuze schade in het maatschappelijk verkeer voor haar rekening komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab9bf5a62269d42492f506e9e5f971bf5fb6015338f4cafac38fa2354adf97d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab9bf5a62269d42492f506e9e5f971bf5fb6015338f4cafac38fa2354adf97d3, en de alinea staat in dat document op bytes 44189 tot 44844.