Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7671.

6.6. Niettemin is lijkt het acte clair dat naar Nederlands recht de door het HvJ EG in Schmeink en Strobel bedoelde niet-discretionaire herzieningsmogelijkheid niet bestaat. Een tijdig bezwaarschrift - binnen zes weken na voldoening - van de belanghebbende tegen de eigen voldoening zou afgewezen zijn als de belanghebbende geen doorbetaling had beloofd. Hetzelfde geldt voor de litigieuze vermindering van ambtswege. Niet van belang is dus dat u onlangs heeft geoordeeld - in een omzetbelastingzaak - dat die zeer korte rechtsmiddeltermijn het niet uiterst bezwaarlijk of praktisch onmogelijk maakt om EG-recht te halen.(11) De belanghebbende had immers ook bij een tijdig bezwaar art. 37 Wet OB tegengeworpen gekregen als hij geen doorbetaling had beloofd, hetgeen discretionaire beoordeling door de fiscus inhoudt, die kennelijk niet toegestaan wordt door het HvJ EG. Ik merk wel op dat de belanghebbende veel aan zichzelf te wijten heeft, nu niet duidelijk is waarom hij voor drukwerk het gewone tarief in rekening bracht aan de Stichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b, en de alinea staat in dat document op bytes 50126 tot 51183.