Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7671.

Doordat het primaire onderdeel van het middel van de Staatssecretaris mijns inziens faalt, kom ik toe aan diens subsidiaire motiveringsklacht. Deze komt mij eveneens ongegrond voor. Art. 20 AWR biedt in casu geen mogelijkheden tot naheffing en de belanghebbende heeft op basis van het arrest Schmeink en Strobel van het HvJ EG recht op de verleende teruggaaf. Aangezien dat een een rechtsoordeel is, doen eventuele feilen in 's Hofs motivering niet ter zake. Overigens lijkt mij van onvoldoende motivering geen sprake. Het Hof heeft geoordeeld dat de inspecteur en de belanghebbende een publiekrechtelijke overeenkomst hebben gesloten, dat de belanghebbende die niet is nagekomen en dat het publieke recht (art. 20 AWR) de inspecteur in de omstandigheden van dit geval geen mogelijkheden biedt om aan die niet-nakoming (naheffings)consequenties te verbinden. Het Hof heeft dus impliciet geoordeeld dat de Staat in casu de privaatrechtelijke weg zal moeten bewandelen (voor zover begaanbaar in het licht van het EG-recht). Dat is geenszins tegenstrijdig of anderszins niet-begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b, en de alinea staat in dat document op bytes 53223 tot 54321.