Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7671.

"Art. 37 vormt een ernstige belemmering om met succes een bezwaar te maken tegen afgedragen(1) BTW, die ook daadwerkelijk is gefactureerd, hetgeen meestal het geval zal zijn. Gezien de tekst van art. 37 - op een factuur op enigerlei wijze melding maken van omzetbelasting - zal met een creditfactuur voor het BTW-bedrag niet aan de werking van art. 37 kunnen worden ontkomen. Men procedeert dan hooguit voor identieke toekomstige prestaties. De ondernemer die met de fiscus van mening verschilt over de vraag of een bepaalde prestatie aan andere ondernemers aan BTW is onderworpen, staat voor een diabolische keuze. Brengt hij op voorhand geen BTW in rekening, dan pleegt hij een overtreding in de zin van art. 69 van de AWR als rechtens blijkt dat er wel BTW is verschuldigd. Bovendien zal hij met zijn afnemer eventuele nafacturering van de BTW moeten afspreken. Brengt hij de BTW wel in rekening, dan zal een procedure in een Pyrrusoverwinning kunnen eindigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b, en de alinea staat in dat document op bytes 13703 tot 14679.