Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7671.

5.23. Het thans te berechten geval vertoont naar mijn mening meer gelijkenis met het geval van de onjuiste voorlopige aangifte (BNB 1998/277) dan met het geval van de ambtelijke misslag bij de uitvoering van een compromis (NJ 1988, 145). Naar de huidige stand van uw jurisprudentie ziet het er dus naar uit dat de Staat - indien de publiekrechtelijke weg (naheffing) op niets uitloopt - de litigieuze f 52.056 ook niet civielrechtelijk zal kunnen ophalen. In dit geschil kunt u deze kwestie niet onderzoeken, maar moet u u beperken tot de vraag of voor de fiscus de publiekrechtelijke weg van art. 20, lid 1, eerste volzin, AWR open staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b, en de alinea staat in dat document op bytes 38123 tot 38775.