Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7671.

5.25. Niettemin ziet het er naar EG-recht beoordeeld naar uit dat het incidentele cassatiemiddel van de belanghebbende terecht betoogt dat de inspecteur de gestelde voorwaarde niet mocht stellen (zie onderdeel 6). Het subsidiaire onderdeel van dat incidentele middel faalt mijns inziens. Ik zie de gestelde tegenstrijdigheid in 's Hofs uitspraak niet. Met de Staatssecretaris meen ik dat de tegenstrijdigheid niet in 's Hofs uitspraak, maar in belanghebbendes betoog en gedrag schuilt. Overigens is de gestelde tegenstrijdigheid, zo deze al aangenomen zou worden, van geen zichtbaar belang geweest voor de beslissing van het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f29f993d0dec66d7941ccf5ee1af15c3f0e0460f018ae279bcfe7e9a74cb72b, en de alinea staat in dat document op bytes 39987 tot 40629.