Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7695.
3.11. Sinds de Wet van 23 november 1977 komt daar nog een argument bij. Op het moment van het sluiten van een kapitaalpolis viel nooit met zekerheid te zeggen dat uiteindelijk voldaan zou worden aan alle eisen om het rentebestanddeel in de uitkering vrij van inkomstenbelasting te houden, ook al waren de polisvoorwaarden daarop afgestemd. Het lijkt mij niet reëel aan de mogelijkheden van voortijdige afkoop of premievrijmaking, die tot gevolg hadden dat (toch) niet aan de eisen van vrijstelling werd voldaan, op voorhand wezenlijke betekenis te ontzeggen. En met betrekking tot het regime van de Wet Brede Herwaardering I denke men voorts aan polissen met winstdeling; afhankelijk van de hoogte van het verzekerde kapitaal kon vooraf zeer ongewis zijn of de kapitaalsuitkering boven of onder de grens van artikel 26a, lid 2, Wet IB 1964 zou uitkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83eb168cf70a305274032b541444e72e6876ccc058544f332051094a37c80fe9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83eb168cf70a305274032b541444e72e6876ccc058544f332051094a37c80fe9, en de alinea staat in dat document op bytes 38173 tot 39042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83eb168cf70a305274032b541444e72e6876ccc058544f332051094a37c80fe9 | shasum -a 256