Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 169 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7696.

2.32. Het praktische belang van die opvatting is echter nihil. In § 6.4 van zijn vertoogschrift berekent de Inspecteur - onweersproken - dat de door belanghebbende over het heffingstijdvak verschuldigde loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen ƒ 55.308 bedraagt. Het aan A betaalde loon over die periode bedroeg volgens de Inspecteur - onweersproken - 8 maal ƒ 4.850 is ƒ 38.800. Daarover is aan loonbelasting verschuldigd 6,35%, dus ƒ 2.463. De aanslag had dus moeten bedragen ƒ 55.308 minus ƒ 2.463 is ƒ 52.845. Nu de aanslag evenwel ƒ 50.000 beliep, is belanghebbende, ook als de grensarbeidersregeling wordt toegepast, niet tot een te hoog bedrag aangeslagen.(35)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f412c71e8517c94f06628f46cdd96f57ff41aacf324d816a2800ae1398ba6ccd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f412c71e8517c94f06628f46cdd96f57ff41aacf324d816a2800ae1398ba6ccd, en de alinea staat in dat document op bytes 51554 tot 52252.