Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7735.

De klachten over het te hoge speculatieve gehalte van de door de Rechtbank gebezigde bewijsmiddelen stuiten af op het gegeven dat de rechter aan de inhoud van gebezigde bewijsmiddelen een schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel mag ontlenen. Borgers schrijft dat volgens hem daarmee is bedoeld dat het bedrag waarop het voordeel wordt geschat niet onmiddellijk uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen behoeft te blijken, maar dat de berekening van het voordeel aan de hand van die wettige bewijsmiddelen tot stand moet zijn gekomen.(7) De berekening op basis van vastgestelde feiten moet logisch en rekenkundig correct zijn. En dat is hier op zichzelf beschouwd het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bf011e481ccf4cb58b30869b3ba6471bafcd4e070123a899c7d61535fd28885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bf011e481ccf4cb58b30869b3ba6471bafcd4e070123a899c7d61535fd28885, en de alinea staat in dat document op bytes 9197 tot 9911.