Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7773.

1.7 De bij de CAO betrokken partijen hebben zich verplicht betaling van de reeds ingegane VUT-uitkeringen na te komen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van de betrokkenen. Blijkens de toelichting behorende bij het jaarverslag van de Stichting werden deze toekomstige verplichtingen voor alle aangesloten ondernemingen per 31 december 1997 geschat op ƒ 889.671.000. Dit bedrag is echter niet op de balans van de Stichting als verplichting opgenomen. De Stichting had voor het doen van deze toekomstige uitkeringen op die datum ƒ 120.352.000 beschikbaar. Dit bedrag is als passiefpost op de balans opgenomen. De "loonsom bijdrageheffing" voor 1997 bedroeg volgens het jaarverslag circa ƒ 6.286.000.000. De rekening van baten en lasten van de Stichting over 1997 vermeldt als ontvangen bijdragen (kennelijk van aangesloten bedrijven) ruim ƒ 225 miljoen en als gedane uitkeringen ruim ƒ 193 miljoen. De rekening vermeldt een "voordelig saldo" van ruim ƒ 31 miljoen dat is toegevoegd aan "Beschikbaar voor nakomende verplichtingen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d95114bd6d9a9edf0cf2e746e855bf2870fc739dbd9ad4817d9ba6470bad6d38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d95114bd6d9a9edf0cf2e746e855bf2870fc739dbd9ad4817d9ba6470bad6d38, en de alinea staat in dat document op bytes 7771 tot 8825.