Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7773.

3.2 De omstandigheid dat een vordering nog niet opeisbaar is neemt niet weg dat die vordering (en daartegenover: de schuld) bestaat, noch dat degenen die gerechtigd en verplicht zijn tot de prestatie reeds schuldeiser respectievelijk schuldenaar zijn. Hetzelfde geldt voor een voorwaardelijke vordering respectievelijk een voorwaardelijke schuld: de voorwaardelijkheid doet niet af aan het bestaan van de vordering en de schuld. Anders is het, indien sprake is van een toekomstige vordering of schuld: in dat geval kan men niet spreken van een reeds bestaande vordering of schuld.(8) Pitlo omschrijft het verschil tussen de voorwaardelijke en toekomstige vordering als volgt:(9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d95114bd6d9a9edf0cf2e746e855bf2870fc739dbd9ad4817d9ba6470bad6d38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d95114bd6d9a9edf0cf2e746e855bf2870fc739dbd9ad4817d9ba6470bad6d38, en de alinea staat in dat document op bytes 12935 tot 13627.