Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7773.

4.3.4 Uw arrest van 11 april 2001, BNB 2001/259, na conclusie A-G Van Kalmthout en m.nt. G.T.K. Meussen betrof de vraag of belanghebbende een voorziening mocht vormen voor saneringskosten. In die zaak ging het om een - met belanghebbende gevoegde - vennootschap die tot en met 1991 een vuilstortplaats (hierna: de oude put) gebruikte, en vanaf 1989 een aangrenzend terrein (de nieuwe put) als stortplaats is gaan gebruiken. Aan de gedoogbeschikking terzake van de nieuwe put werd de voorwaarde verbonden dat de oude put zou worden gesaneerd. De Staatssecretaris voerde in cassatie aan dat het in strijd is met matchingbeginsel om een voorziening te vormen voor toekomstige uitgaven, indien deze uitgaven zijn toe te rekenen aan toekomstige voordelen. Nu belanghebbende de uitgaven voor de saneringsuitgaven niet behoefde te maken indien zij de vuilstortactiviteiten zou staken, moesten de kosten volgens de Staatssecretaris worden afgezet tegen de inkomsten van latere jaren. U oordeelde:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d95114bd6d9a9edf0cf2e746e855bf2870fc739dbd9ad4817d9ba6470bad6d38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d95114bd6d9a9edf0cf2e746e855bf2870fc739dbd9ad4817d9ba6470bad6d38, en de alinea staat in dat document op bytes 25389 tot 26391.