Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7779.

1.1. Op 6 juli 1999 heeft X (hierna: belanghebbende) een auto op het parkeerterrein a-straat te Q geparkeerd. Belanghebbende heeft in een parkeerautomaat, die zich bevond in het gebied waartoe dat parkeerterrein behoorde, parkeerbelasting voldaan. Door die parkeerautomaat is een kaartje afgegeven. Volgens dat kaartje eindigde de parkeerduur die dag om 16.26 uur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12a28f162b797a21b54a1c42b51c63a9a4c2514c1910925fff0010d15ed1f9c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12a28f162b797a21b54a1c42b51c63a9a4c2514c1910925fff0010d15ed1f9c9, en de alinea staat in dat document op bytes 4680 tot 5057.