Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7780.

17. In het middel lijkt voorts voorbij te worden gegaan aan het feit dat naast het proces-verbaal van verbalisanten Jansen (bewijsmiddel 9) en Stoof en Van de Grift (bewijsmiddel 10) nog andere bewijsmiddelen zijn opgenomen waaruit kan worden afgeleid dat sprake was van hennep. Ik wijs op bewijsmiddel 13, inhoudende een verklaring van [betrokkene 2], waaruit volgt dat verzoeker en zijn mededaders weed opsloegen in de bij de flat aan de [a-straat 1] te Mijdrecht behorende box. Voorts kan uit bewijsmiddel 15 en 16, inhoudende weergaven van telefoongesprekken, in combinatie met bewijsmiddel 1 worden afgeleid dat er naar aanleiding van de inval zaken moesten worden geregeld door verzoeker en zijn mededaders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30c7dcd0eff49b57409559fcc1468c6e6a1ff95d600d2d2ee9e761295fb0c5e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30c7dcd0eff49b57409559fcc1468c6e6a1ff95d600d2d2ee9e761295fb0c5e8, en de alinea staat in dat document op bytes 15988 tot 16714.