Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7780.
27. Had verzoeker in de onderhavige zaak willen betogen dat hij zich niet bewust was van het voorhanden hebben van een wapen en munitie, dan had een daartoe strekkend verweer bepaald voor de hand gelegen (zie HR NJ 1999, 537). In de woorden van de annotator: de verdachte moet expliciet ontkennen en een behoorlijk tegenverhaal op zak hebben. De verdediging heeft echter met betrekking tot feit 4 zowel in eerste aanleg als in hoger beroep niets aangevoerd, en verzoeker heeft zich ten aanzien van de feiten op zijn zwijgrecht beroepen. Dit, terwijl de vondst van het vuurwapen en de munitie in de woning van verzoeker toch bepaald om een verklaring roept (Murray v. UK, EHRM 8 februari 1996, NJ 1996, 725, m.nt. Kn; HR 18 mei 1999, NJ 2000, 104, m.nt. Sch).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30c7dcd0eff49b57409559fcc1468c6e6a1ff95d600d2d2ee9e761295fb0c5e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30c7dcd0eff49b57409559fcc1468c6e6a1ff95d600d2d2ee9e761295fb0c5e8, en de alinea staat in dat document op bytes 22028 tot 22799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30c7dcd0eff49b57409559fcc1468c6e6a1ff95d600d2d2ee9e761295fb0c5e8 | shasum -a 256