Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7794.
De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de inverzekeringstelling van verdachte te laat, namelijk na ommekomst van de wettelijke termijn is bevolen. De raadsman heeft in dit verband gewezen op artikel 359a, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering en heeft gesteld dat dit vormverzuim, in geval het tenlastegelegde feit wordt bewezenverklaard, dient te leiden tot strafverlaging. Het hof overweegt dienaangaande dat genoemd vormverzuim, mede gelet op de ernst van het door verdachte gepleegde feit, niet van dien aard is dat het aanleiding zou moeten geven om tot strafverlaging over te gaan. Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte door het verzuim substantieel in zijn belangen is geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf, en de alinea staat in dat document op bytes 10841 tot 11660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf | shasum -a 256