Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7794.

4.3. Aan de rechter-commissaris is bij gelegenheid van het verhoor uit hoofde van art. 59a Sv verzocht om verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen onder meer omdat de inverzekeringstelling te laat zou hebben plaatsgevonden. De rechter-commissaris heeft dat verzoek op 27 oktober 1999 afgewezen en op dezelfde dag de bewaring van verdachte bevolen. Op 3 november 1999 heeft de Rechtbank de gevangenhouding van verdachte bevolen. De verdediging had om afwijzing van de vordering gevangenhouding verzocht, onder meer omdat verdachte te laat in verzekering was gesteld. Tegen de beschikking tot gevangenhouding heeft verdachte appel ingesteld. De advocaat van verdachte heeft aan het hof voorgehouden dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig was omdat een redelijk vermoeden van schuld ontbrak en dat de inverzekeringstelling bovendien onrechtmatig was omdat zij te laat is bevolen. Het Gerechtshof heeft de beschikking waarvan beroep bevestigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf, en de alinea staat in dat document op bytes 11680 tot 12643.