Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7794.
3.3. Blijkens het onder 3.2 weergegevene is een beroep gedaan op bepaalde verzuimen bij de aanhouding en inverzekeringstelling van de verdachte. Dergelijke verzuimen kunnen aan de orde worden gesteld bij het verhoor door de rechter-commissaris naar aanleiding van het verzoek van de officier van justitie als bedoeld in art. 59a, tweede lid, Sv en/of een verzoek van de verdachte om invrijheidstelling. Tegen het oordeel van de rechter-commissaris dat het verleende bevel tot inverzekeringstelling niet onrechtmatig is en/of dat er geen gronden zijn het verzoek van de verdachte in te willigen, staat geen hogere voorziening open. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken zou op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting opnieuw of alsnog beroep zou kunnen worden gedaan op verzuimen bij de aanhouding en inverzekeringstelling die aan de rechter-commissaris zijn of hadden kunnen worden voorgelegd. Noch de tekst van art. 359a Sv noch de wetsgeschiedenis van die bepaling geeft daartoe aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf, en de alinea staat in dat document op bytes 12773 tot 13850.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b8dbbdf155f8e55b712f52481acf22a0b2eee2312a39fc9d5260edb8c7651bf | shasum -a 256