Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7797.
5.4. Uit het vorengaande volgt dat de middelen voor het overige geen behandeling meer behoeven. Aangezien het geschil in deze zaak zich beperkt tot de - ontkennend te beantwoorden - vraag of de Verordening in strijd komt met art. 220g, tweede volzin, Gemeentewet meen ik dat de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87869b34ea1bb0bb9670fce5b88129ebba15f6ebaad8c6fe9ffdfb61cee0cfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87869b34ea1bb0bb9670fce5b88129ebba15f6ebaad8c6fe9ffdfb61cee0cfd, en de alinea staat in dat document op bytes 22801 tot 23126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b87869b34ea1bb0bb9670fce5b88129ebba15f6ebaad8c6fe9ffdfb61cee0cfd | shasum -a 256